25 May 2017

Cowboys met lasso's

Door: Marcel Osterop

Ik sluit me sinds een paar jaar af voor alle lelijkheid in de wereld.

Dus ik laat me omringen door mooie dingen. Ik luister naar Schubert, ik lees Thomas Mann, ik heb een siertuin aangelegd, en een moestuin. Ik heb een Bengaalse kat met de naam ‘Kant’. Ik woon in het centrum van de stad, dus ik hoef nooit in het randgebied te komen. Met het grootste gedeelte van de bevolking heb ik geen contact. Ik vermijd nieuws, politiek, goedkope supermarkten en Noord-Brabant. Ik ben, kortom; een estheet.
En ik begin dat steeds meer een handicap te vinden.

Het kost me namelijk ontzettend veel energie om alle lelijkheid buiten te sluiten. Soms zou ik willen dat ik de dingen minder afstotend zou vinden. Dat zou mijn leven enorm vooruit helpen.

Dus gisteren heb ik bij de Primark een strakke jurk gekocht, en in de feestwinkel een cowboyhoed. Ik heb mijn laarzen aangedaan en ben naar het station gelopen. Er waren er meer zoals ik.

Een uitpuilende trein kwam voorgereden. De ramen waren beslagen door het zweet. Buiten was het dertig graden. In de trein veertig. Er was geen zitplaats meer, dus ik propte mezelf tussen twee dikke middelbare mannen met baard; de ene was verkleed als Lucky Luke, en de ander als paard. Er klotste een golf bier over mijn hoofd. Maar nat was ik toch al.

In het stadion werd volop gerookt. Voor het eerst in mijn leven bietste ik een sigaret. Van een dikke cowboy. Ik nam een paar flinke hijsen. Toen Jan Smit opkwam pakte de dikke cowboy me op mijn bek. We tongden met veel speeksel. Hij smaakte naar huzarensalade.

De handjes gingen in de lucht, het was een feest der feesten, en onderwijl brandde mijn string tussen mijn billen. Een maatje te klein blijkbaar; ik draag nooit strings.

Op het podium werd gejuicht; de zaal ontplofte, de hitte was amper te verdragen en ik kreeg diarree. Van die sigaret dus. Ik voelde een dringende scheet aankomen. En die beloofde niet veel goeds.
Ik vocht mezelf een weg naar het toilet, en wierp lubberige dronken vrouwen die in de rij stonden één voor één op de vloer. Op het toilet spoot ik een straal stront eruit. Het wc-papier was op, maar gelukkig lag het kartonnetje er nog. Ik scheurde het doormidden. En daarna…

Terug in het stadion wrong ik mijn natte lichaam door de zweterige amorfe massa, terwijl er confetti over me heen regende. Van alle kanten werd ik betast. Ik voelde me erg gewild en aantrekkelijk. In pure euforie trok ik mijn topje omhoog; en riep; “Wie heeft er zin in DEZE twee toppers?!”.
Veel mannen hadden er zin in. Ik liet het gebeuren en tongzoende nog wat.

Op het podium zong Jeroen van der Boom een gevoelig lied. De stinkende massa viel elkaar in de armen en jankte hard. En ik jankte met ze mee. We waren één in al onze dierlijkheid. We waren cowboys met lasso’s, waarmee we onze Indianen vingen.

Ik ving dus ook een Indiaan met, wie ik mee naar huis ging. Of nou ja, huis; hij logeerde in een stacaravan. Zijn dikke behaarde buik voelde warm en opgezet. Ik likte zijn buik en het haar dat erop zat.

Tussen het neuken door moest hij af en toe boeren. Soms leek het bijna op een onhandig gevecht. We glibberden van de hitte, en we schreeuwden het uit. Hij kwam zes keer klaar, en ik acht keer. Echt waar.
Thuis zag ik dat mijn mascara overal zat, behalve daar waar die moest zitten. Ik was misselijk, had hoofdpijn, rook naar kots en had seks gehad met een dikke indiaan zonder condoom.
En weet je; ik heb me nog nooit zo goed gevoeld.