12 Jan 2018

Octopus - de ontmoeting

een railcateraar (S), Rudi (R), een passagier (P)
S: (omroepbericht) Dag, ik ben Marcel van de railcatering. Ik kom zo dadelijk bij u langs met koffie, thee, gekoelde dranken en diverse versnaperingen zoals Bifi-worstjes, stroopwafels en gevulde koeken. U kunt bij mij zowel contant als met de pin betalen. Alvast een fijne reis!
R: Mag ik iets vragen? Bent u toevallig de mobiele barman?
S: Dat klopt.
R: Ik hoorde u namelijk omroepen zojuist, en ik kreeg spontaan zin in een bakje koffie. Heeft u dat voor mij?
S: Melk en suiker?
R: Suiker.
S: En hoe heet je?
R: Ik heet Rudi.
S: En waar woon je?
R: Waar ik woon? In Woerden. Hoezo?
S: In een…?
R: Rijtjeshuis.
S: En een auto voor de deur?
R: Ik heb ook een auto voor de deur ja.
S: Een…?
R: Volkswagen Golf. Mag ik mijn koffie?
S: En wat voor werk doe je?
R: Wat voor werk doe ik? Ik ben projectleider. Waarom wilt u dit allemaal van mij weten?
S: Ik ben al een tijdje op zoek naar je.
R: Kennen wij elkaar?
S: Nog niet. Maar ik hoop dat daar snel verandering in komt.
R: Ik heb gewoon een vrouw en kind thuis zitten, hoor.
S: Geweldig.
R: Wat?
S: Ik heb je gevonden.
R: Pardon?
S: Jij bent Rutte’s doodgewone hardwerkende Nederlander. De man om wie het allemaal ging deze verkiezingen.
R: Wie ben ik?
S: De doodgewone hardwerkende Nederlander.
R: Noem je mij nou doodgewoon?
P: Sorry…meneer van de railcatering? Ik wil graag ook iets bestellen. Kunt u hierheen komen?
S: Stil! Jij bent er niet. Ik ben me even op deze Rudi aan het concentreren.
P: Ik wil graag een cappuccino.
R: Volgens mij wil die passagier dat je doorloopt. En ik eigenlijk ook wel.
S: Rudi, op welke partij heb je gestemd?
R: Waarom wil je dat weten?
S: Ik wil je leren kennen. En hoe meer ik je laat praten, hoe meer ik je kan doorgronden.
R: Zo.
S: Je krijgt er een gevulde koek voor.
R: Gratis?
(Rudi twijfelt even, en neemt dan de koek aan)
S: Gratis.
R: Ik stem niet meer, barman. Vijf jaar geleden voor het laatst, op de PvdA. Maar als die partij vervolgens vier jaar lang niks waarmaakt van wat het heeft beloofd; dan moet ik misschien de hand in eigen boezem steken.
S: Wat superinteressant. Ik begin je steeds beter te begrijpen. Vertel meer.
R: Wat is dat trouwens voor een idiote uitspraak; ‘de doodgewone hardwerkende Nederlander’. Wie is dat in godsnaam?
P: Sorry, maar komt u nog bij me langs, of blijft u de hele rit bij die meneer staan?
R: Ik hoop het toch niet. Loop maar weer door, cateraar - naar die mevrouw bijvoorbeeld - want ik heb geen zin meer in je vragen.
S: Hoe vaak doe je boodschappen?
R: …
S: Hoe vaak ga je naar de frituur?
R: …
S: Wat is je lievelingsmuziek?
R: …
S: Rudi? Rudi! Shit…
R: Wat?
S: Ik zit in een writersblock.
R: Writersblock?
S: Ik was net zo goed bezig, en nu kom ik niet meer verder.
R: Bezig met wat?
S: Met het schrijven van deze scène.
R: Deze scène? Welke scène?
S: Het was niet de bedoeling dat je erachter zou komen, Rudi, maar ik heb jou bedacht.
R: Jij hebt mij bedacht?
S: Jij zit in mijn scène. Jij bent mijn personage. Rudi, de doodgewone hardwerkende Nederlander. Ik dacht je te kunnen doorgronden.
R: Jij denkt nog steeds dat ik een doodgewone Nederlander ben?
S: Jij bent hem. Ik ben je nu aan het creëren, maar ik kom er even niet uit.
P: Sorry, railcateraar, maar ik zit nu al een hele tijd op mijn cappuccino te wachten.
R: En haar heb je dan zeker ook gecreëerd?
S: Soms ben ik afgeleid. Dan komt er ineens een ander personage de scène in gewandeld. Maar die haal ik er vaak weer uit.
P: Nou ja zeg.
R: Dus als jij mij aan het creëren bent, dan weet je dus alles van mij? Wat is mijn lievelingseten?
S: …
R: Spaghetti! Nou, daar was ik je voor. Wanneer ben ik geboren?
S: …
R: 18 november 1971. Wanneer werd ik ontmaagd?
S: …
R: 20 april 1990, met Mery in De Hooischuur. Waarom weet je dit allemaal niet?
S: Ja, dit is heel goed. Vertel meer.
R: Wat is mijn lievelingsdier? De octopus! Wil je ook weten waarom?
S: Heel graag.
R: Als dier is de octopus bijna niet te bevatten. Het is een dier dat sneller van kleur kan verschieten dan een kameleon, maar hij is zelf kleurenblind. Dus hij ziet het zelf niet eens gebeuren.
En het is een dier met drie harten, dus mocht je je afvragen; “Heb die het hart op de juiste plaats?“; dan zal er van die drie harten altijd wel eentje op de goeie plek zitten.
En een dier dat proeft met zijn zuignappen. Dus als je bedenkt hoeveel zuignappen er alleen al op één arm zitten; wat een SMAAKEXPLOSIE moet dat dan voor hem zijn, achter elkaar door. Alsof ie het ene koud buffet na het andere koud buffet aflikt. Een echte fijnproever.
En het meest wonderlijke van alles: het is een dier dat intelligent is, maar dus geen centraal bewustzijn heeft. Dus die acht armen die die heeft; die besturen zichzelf. Zonder tussenkomst van centrale hersens. Zonder dat zijn hersenen, ter grootte van een druif, zich daarmee bemoeien.
(Rudi doet het na. Hij zegt ‘hallo’ tegen zijn handen die toevallig voorbij glippen.)
Dus eigenlijk alsof je na een avondje stappen compleet starnakel naar huis loopt.
De octopus denkt dat ie weet wie die is, maar wij zien ‘m als iets heel anders.
Wow, ik wist helemaal niet dat ik zoveel van octopussen afwist! Hoe komt dat zo ineens?
S: Ik zocht het even op op Wikipedia.
R: Dus jij…schrijft…echt al mijn tekst?
S: Ja. Daar ben ik de schrijver voor.