06 Feb 2018

Octopus - de existentiële crisis

Rudi (R), zijn vrouw (V), schrijver (S)
(aan tafel voor een bord spaghetti)
R: Wat ik nou toch heb meegemaakt. Zit ik in de trein, komt er zo’n mobiele barman naar me toe, ik bestel een koffie; met suiker, want ik ben Rudi en ik drink suiker in de koffie; blijkt dat ik verzonnen ben.
Door die railcateraar nog wel.
Dus ik zit momenteel een beetje in een existentiële crisis. Want als ik verzonnen ben, wat is er dan allemaal nog meer verzonnen?
Hier; dit bord spaghetti, waarvan ik altijd dacht dat het mijn lievelingseten was, is dat dan echt of is dat ook verzonnen? En deze tafel, is die echt of ook verzonnen? En jij? Ben jij eigenlijk nog wel echt?
(hij geeft haar een stomp op de schouder, zij roept;)
V: Auw! (ze geeft hem een stomp terug)
R: Oh gelukkig, jij bent nog echt.
S: Goeieavond.
R: (schrikt) Kijk, daar heb je hem!
V: Wie?
R: Die dinges! Die schrijver! Die railcateraar!
V: Da’s gewoon de ober Rudi.
S: Wilt u een koffie?
R: NIET ANTWOORDEN! Voor je het weet zit je aan ‘m vast!
V: Doe nou even rustig Rudi. Wat is er allemaal aan de hand?
R: Oh Beertje, Beertje toch. Ik dacht altijd dat ik zelf bepaalde wat ik at, en wat ik dacht, op welke partij ik stemde en voor wie ik gevoelens had. Maar, dat blijkt dus allemaal al van te voren te zijn bepaald.
(Wat dan wel weer een voordeel is, Beertje; want als ik verzonnen ben…dan heb ik die buitenechtelijke relatie met Ria nooit gehad.)
Maar waarom laat die schrijver mij door deze existentiële crisis heengaan? Waarom doet ie dat? Waarom geeft ie mij het gevoel dat ik mijn eigen persoonlijke octopus aan het worden ben?
Ik, die altijd dacht te weten wie die was. Die zijn eigen tentakels kon besturen, en zijn eigen hart kon influisteren. Ik blijk een fictief figuur te zijn! Een karikatuur! Met de herseninhoud ter grootte van een druif! Ik ben gewoon een weekdier!
V: Rudi, wat maak je je nou druk? Je hebt gewoon gepraat met een railcateraar die niet goed bij z’n hoofd was. Alles komt vast goed.
R: Ja, die tekst heeft de schrijver jou natuurlijk ook gewoon ingefluisterd.
V: Schrijver? Waar heb je het over?
R: Wij zitten in een scène, Beer. Hij bepaalt alles wat er met ons gebeurt en wat we zeggen. Als ie kwaad zou willen, kan ie van alles met ons doen. Hij bepaalt alles! Dat we nu aan tafel zitten, dat we spaghetti eten, dat jij zo’n belachelijke naam hebt; dat heeft HIJ bepaald! Zelfs dat ik net zeg ‘dat heeft HIJ bepaald!’; heeft HIJ bepaald!
Hij heeft je trouwens bijzonder weinig tekst gegeven in deze scène. Merk je het zelf ook, Beertje? (groot inzicht) Weet je wat dat wil zeggen? Ik vermoed…dat ik de hoofdrol heb. Ik ben de protagonist!
Daarom heb ik alle tekst! Daarom moet alles van mij komen! Daarom moet mij alles gebeuren!
SHIT!
V: Wat is er?
R: Ik moet zorgen dat deze scène interessant blijft! Als ik de hoofdrol heb, dan is dat mijn verantwoordelijkheid. Oh, hier kan ik helemaal niet mee omgaan.
V: Rudi, je bent aan het ijlen.
R: Ik heb het gevoel alsof ik een beetje gecrasht ben. (schakel) Ik… Ik ga hier niet mee akkoord.
V: Wat bedoel je?
R: Ik ga naar die schrijver toe, en ik kom in opstand. Ik laat me door niemand voorschrijven wie ik ben. Alleen Rudi bepaalt wie Rudi is! Begrepen?